Vakvereniging HZC behaalt belangrijke overwinning bij kantonrechter

Op woensdag 15 april 2026 heeft de kantonrechter uitspraak gedaan in een zaak die Vakvereniging HZC namens haar lid voerde tegen een payrollbedrijf. In het geding waren de niet-betaalde (over)uren, achterstallig loon, betaling van de transitievergoeding en de vraag of na 104 weken ziekte nog vakantieopbouw plaatsvindt.

Vakantieopbouw na 104 weken ziekte

Om meteen met het laatste te beginnen: de kantonrechter heeft in zijn vonnis besloten het verzoek over de vakantieopbouw na 104 weken arbeidsongeschiktheid aan te houden. Inmiddels hebben meerdere kantonrechters hierover verschillend geoordeeld. Recentelijk heeft een kantonrechter in Rotterdam in een vonnis van 2 maart 2026 het voornemen geuit hierover een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad te stellen. De kantonrechter acht het daarom juist om een beslissing op dit verzoek aan te houden totdat de Hoge Raad deze vraag heeft beantwoord. Wordt dus vervolgd.

Een korte toelichting hierop. Vakvereniging HZC had in haar verzoekschrift de stelling ingenomen dat een werknemer ook na 104 weken arbeidsongeschiktheid op basis van Europees recht vakantie blijft opbouwen, ondanks dat er geen loonbetaling meer plaatsvindt, terwijl de werknemer formeel nog wel in dienst is. Vakvereniging HZC ziet zich hierin gesteund door het Europees recht en jurisprudentie van het Europese Hof. Het is nu afwachten hoe de Hoge Raad hiertegen aankijkt.

Voor wat betreft de betaling van de transitievergoeding is Vakvereniging HZC in het gelijk gesteld. Na beëindiging van het dienstverband dient deze vergoeding gewoon betaald te worden. Ook de werkgever erkende dit tijdens de zitting.

Ook ten aanzien van de (over)uren werd Vakvereniging HZC in het gelijk gesteld. Tijdens de zitting bleek de berekening die de Service Desk van HZC had gemaakt met betrekking tot de (over)uren juist te zijn. Sterker nog, de werkgever kwam terug op een eerder ingenomen standpunt, waardoor het bedrag aan overuren weer overeenkwam met de oorspronkelijke vordering. Het bedrag uit een eerdere schikking tussen werkgever en lid viel daarmee opnieuw hoger uit.

Ook met betrekking tot het achterstallig loon over drie periodes oordeelde de kantonrechter dat de werkgever dit niet zomaar op deze wijze had mogen verrekenen. Hoewel het hier ging om een verrekening wegens onverschuldigde betaling door de werkgever, was de kantonrechter van mening dat de werkgever rekening had moeten houden met het minimumloon en de belastingvrije voet. Deze handelswijze achtte de kantonrechter in strijd met goed werkgeverschap en naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Naast de gevorderde bedragen waarin Vakvereniging HZC in het gelijk werd gesteld, werd de werkgever ook veroordeeld tot betaling van de wettelijke verhoging van 50%, de wettelijke rente en alle proceskosten. Dit laatste omdat de werkgever naar het oordeel van de kantonrechter grotendeels in het ongelijk was gesteld.

Al met al een zeer bevredigende uitkomst voor het betreffende lid én voor Vakvereniging HZC. Het laat opnieuw zien dat Vakvereniging HZC, daar waar het echt nodig is, zich volledig inzet om het recht van haar leden daadwerkelijk te halen.

Heb jij ook een vraag of hulp nodig?

Neem gerust contact met ons op

Naam(Vereist)

Ontdek de voordelen van ons lidmaatschap

Profiteer van onder meer
Zekerheid dat je contract goed geregeld is
Juridische hulp zonder gedoe
Ondersteuning tijdens je loopbaan
Advies over werk, stage en pensioen
Snel antwoord op je vragen