Wanneer hoef ik niet te werken bij slechte weersomstandigheden (vorstverlet)

Valt u onder de cao voor de bouwnijverheid, dan heeft u soms te maken met onwerkbare weersomstandigheden, oftewel vorstverlet. Wat de rechten en plichten dan zijn voor u en uw werkgever staat in de cao voor de bouwnijverheid. In artikel 73 en 74 van de cao vindt u alles over dit onderwerp.


Samengevat komt het erop neer dat bij een gemeten gevoelstemperatuur lager dan -6 door het KNMI, er niet in de buitenlucht (onbeschut) gewerkt mag worden. Er zou binnen (verwarmd) gewacht moeten worden tot de KNMI-meting van 10:00. Bij die meting wordt de laatste stand van zaken bekeken. Is de gevoelstemperatuur nog steeds te laag, dan mag u om 10:30 de bouwplaats verlaten. Meer informatie kunt u lezen op de website Weerverlet. Op deze website vindt u ook de tekst van de cao-artikelen die in dit artikel worden genoemd. Hoewel er geen rechten aan kunnen worden ontleend, geven de websites Buienradar en Bouwsupport wel een redelijk betrouwbaar beeld m.b.t. de gevoelstemperatuur.

Uiteraard is de beste aanpak om in gesprek te blijven met uw werkgever.


Doorbetaling loon
Als door ongunstige weersomstandigheden niet kan worden gewerkt, moet de werkgever het loon doorbetalen. Namelijk het vast overeengekomen loon plus de (eventuele) prestatietoeslag. Dit geldt ook als er verschil van mening is over de noodzaak om te stoppen met werken. Als een werkgever niet wil doorbetalen omdat er niet gewerkt kan worden (maar ook als de werknemer wordt verplicht om bijvoorbeeld vakantiedagen of atv-dagen op te nemen) kan er schriftelijk een beroep worden gedaan op het Garantiefonds Loondoorbetaling bij Vorst. Dit kan echter alleen als de werkgever eerst schriftelijke is gesommeerd (zie art. 73 lid 7 van de cao).

 

Vervangend werk
De werkgever kan de werknemer wel verplichten vervangend binnenwerk te doen. Daarbij moet het gaan om bouw- en functiegerelateerde werkzaamheden. Op basis van artikel 73 lid 5 kan er geen ontslag worden aangezegd in verband met of voortkomend uit vorst. De werknemer mag dus niet worden ontslagen omdat er door winterweer onvoldoende werk is of in een bepaalde periode helemaal niet kan worden gewerkt.

 

Onder welke voorwaarden kan je terugvallen op de vorst-WW?

  • Het risico van vorst komt de eerste 15 dagen voor rekening van de werkgever. Als er op deze dagen niet kan worden gewerkt, betaalt de werkgever het loon voor 100% door;
  • Vanaf de 16e vorstdag kan de werkgever namens de werknemer bij het UWV een WW-uitkering aanvragen voor de dagen dat er door vorst niet gewerkt wordt. De werkgever betaalt de werknemer een aanvulling op de WW-uitkering tot 100% van het loon;
  • Gedurende deze bijzondere WW-periode blijft het dienstverband van de werknemer ongewijzigd in stand. Het gaat ook niet ten koste van de reeds opgebouwde WW-rechten van de werknemer;  
  • De premieafdrachten aan de bedrijfstakfondsen moeten op normale wijze worden voldaan.

In artikel 73 en 74 van de cao voor de bouwnijverheid wordt de (Aanvullende) Regeling onwerkbaar weer besproken.

 

Aanvraag WW bij onwerkbaar weer

De WW bij onwerbaar weer moet aangevraagd worden door uw werkgever. Werkgever vult een formulier in. U krijgtdit ingevulde formulier van uw werkgever. Deze hoeft u alleen te controleren op (on)juistheid en te ondertekenen. 


Vragen
Heeft u nog vragen over het werken bij slechte weersomstandigheden, dan kunt u contact opnemen met de HZC Servicedesk via 030-6006070.

 

Meer informatie van het UWV voor werknemers over onwerkbaar weer