Het derde WW-jaar: de belangrijkste punten op een rij

22/01/2018

Op het moment wordt er in de publiciteit veel gesproken over het derde WW-jaar. Wat daar precies mee bedoeld wordt is niet voor iedereen even helder. In het onderstaande zetten we de belangrijkste zaken voor u op een rijtje.

 

 

Verkorting uitkeringsduur WW Door besluiten van de Rijksoverheid zijn per 1 januari 2016 de maximale duur en opbouw voor de Werkloosheidswet (WW) en voor de loongerelateerde periode van de regeling Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) beperkt. De maximale duur is teruggebracht van 38 maanden naar 24 maanden en de opbouw is met ingang van 2016 vanaf het elfde jaar arbeidsverleden een halve maand in plaats van een hele maand.

 

Inzet vakbonden

De vakbonden hebben van meet af aan gezegd dat ze deze maatregel niet sociaal en niet acceptabel vinden. Met de Rijksoverheid was over reparatie hiervan geen overeenstemming te bereiken. In een Sociaal Akkoord hebben de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties vervolgens afgesproken de versobering van de duur en opbouw via cao-afspraken te repareren. Werkgeversorganisaties toonden zich bereid deze reparatie administratief mogelijk te maken. De middelen hiervoor moeten in solidariteit door werknemers opgebracht worden.

 

Oprichting PAWW

Om cao-partijen te ondersteunen heeft de Stichting van de Arbeid (waarin werknemers- en werkgeversorganisaties met elkaar in gesprek zijn over belangrijke zaken) de Stichting PAWW opgericht. Dit fonds regelt de uitbetaling van de Private Aanvulling van WW en WGA, zoals die in het sociaal akkoord tussen werkgevers en werknemers is afgesproken. Per cao wordt aan cao-partijen gevraagd of ze zich hierbij aan willen sluiten. Ook bedrijven die niet aangesloten zijn bij een cao kunnen zich hierbij aansluiten als ze hierover afspraken maken met de vakbonden.

 

Wat kost het?

Werknemers betalen een bijdrage uit het brutoloon die door werkgevers wordt afgedragen aan het landelijk fonds. In 2018 is de bijdrage vastgesteld op 0,2% van het brutoloon. Voorzien is dat deze geleidelijk aan toeneemt tot 0,6% in 2022. Dit is afhankelijk van de daadwerkelijk gedane uitkeringen. Afgesproken is dat de bijdrage niet hoger wordt dan 0,75% van het brutoloon. Netto betaalt de werknemer in 2018 bij een loon van € 1750 bruto een bedrag van € 2 in de maand en bij een loon van € 3000 bruto € 3 in de maand. Bij de voorziene 0,6% bijdrage in 2022 is dat respectievelijk € 6 in de maand bij € 1750 bruto en € 9 in de maand bij € 3000 bruto.

 

Wat levert het op?

De PAWW verstrekt werknemers een aanvullende uitkering na afloop van de wettelijke WW- of loongerelateerde WGA-uitkering. De aanvullende uitkering vindt plaats aansluitend op de wettelijke uitkering. De totale duur van de aanvullende en wettelijke uitkering samen zijn gelijk aan de uitkering waar een werknemer recht op zou hebben gehad op grond van de wetgeving vóór 2016. De aanvullende uitkering is alleen voor werknemers die vallen onder een cao of werken bij een bedrijf dat aangesloten is bij PAWW. Werknemers moeten deze aanvullende uitkering aanvragen voor het einde van de door het UWV verstrekte uitkering. Vooral voor werknemers die voor langere tijd werkloos dan wel gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, kan de regeling ervoor zorgen dat er aanzienlijk langere tijd (tot maximaal 14 maanden) een redelijk gezinsinkomen beschikbaar is.

 

Wat is de stand van zaken nu?

Vakbonden en werkgevers zijn in veel sectoren met elkaar in gesprek om te kijken of die sector zich aan wil sluiten. Voordat cao-partijen zich aanmelden bij de Stichting PAWW zullen de partijen die de cao ondertekenen een achterbanraadpleging houden om te weten of de achterban in kan stemmen met die aansluiting. Ook bij HZC staan er achterbanraadplegingen aan te komen. Houd dus uw mailbox en/of brievenbus in de gaten!